Uit Twente?

maart 2018
Wanneer ik mij voorstel als dokter Olde Rikkert, krijg ik niet zelden de vraag: “Komt u uit Twente?”
‘Natuurlijk’, zeg ik dan meestal, ‘de wijzen komen uit het Oosten.’
De patiënten die dit vragen hebben vaak ook zelf Twentse wortels. Het is me daarbij opgevallen dat de mensen die mijn achternaam geografisch goed plaatsen, in sommige gevallen toch al een diagnose dementie hebben gekregen. Geheugenbeperkingen verhinderen blijkbaar niet de automatische herkenning van een streeknaam.

Dat is belangrijk. We zijn immers in de gezondheidszorg erg gespitst op wat patiënten niet meer kunnen, maar veel minder op wat ze nog wel kunnen. Bij mensen met dementie is dat al helemaal het geval. Toch levert het juist veel kwaliteit van leven op wanneer we elkaar aanspreken op wat we wél goed kunnen. Daarbij hoort ook het ophalen van herinneringen uit je eigen levensgeschiedenis.

Het ‘autobiografische geheugen’, wat we hiervoor nodig hebben, is echter een van de gebieden waar nog weinig onderzoek naar gedaan is. We weten nog niet goed wat mensen met dementie het langst onthouden en waarmee we het beste contact met ze kunnen maken. Het spaarzame onderzoek dat hiernaar gedaan is, wijst erop dat we beter namen en plaatsen uit het verleden blijven onthouden, dan hele gedetailleerde verhalen over wat er toen precies gebeurd is. Herinneringen uit de kinder- en jeugdjaren blijven bovendien langer intact dan die uit de recente levensjaren. We kunnen het autobiografisch geheugen daarbij een handje helpen door muziek te laten horen uit de jeugd. Dan komen vaak ineens weer hele, verloren gewaande verhalen, geassocieerd aan die muziek naar boven. De klanken van Doris Day’s Que sera sera, kunnen ineens de eerste liefdesavonturen in geuren en kleuren weer oproepen. Het geheugen werkt hier net als een sneeuwpiste: hoe meer sporen naar dezelfde bestemming erin worden gemaakt, hoe gemakkelijker het er naar toe skiën of langlaufen is.

Naast het feit dat het ophalen van die herinneringen een fijn gevoel geeft, blijkt het ook belangrijk voor het behoud van zelfvertrouwen en van je eigen identiteit. Worden deze functies aangetast, dan dreigt er een soort apathie te ontstaan.

Kortom, we moeten koesteren wat we aan geheugensporen nog hebben en hierlangs regelmatig gezellig naar vroeger roetsjen. Mede daarom vraag ik aan het eind van een gesprekje met een patiënt die over mijn Twentse achternaam begon, vaak nog even naar diens Twentse favorieten. Is men nog steeds voor FC Twente? En is Mieke Telkamp, Henk Elsink of Willem Wilmink favoriet? Of geniet men het meest van de onnavolgbare Herman Finkers?
Je kunt tot in lengte van dagen zoveel kanten op met je herinneringen aan die gezegende Twentse afkomst. Deel het met anderen, dat autobiografisch kapitaal!

Marcel Olde Rikkert is in zijn woonplaats Nijmegen hoogleraar geriatrie in het Radboudumc en hoofd van het Radboudumc Alzheimer Centrum. Hij is
geboren en getogen in Hengelo (O).