Ne sproake met prachtige weurde

In Zilver Magazine Lente een artikel (p. 42-45) over Martin Denge, waarin Paul Abels met hem praat over het Twentse dialect. In het artikel vertelt Martin Denge ook een deel in het Twents. Hieronder geven we de Nederlandse vertaling daarvan:

“Een taal met prachtige woorden die je met zorg en aandacht moet uitspreken.”

Verloren strijd toch? Behoud van het Nedersaksisch? 

Als je dat maar vaak genoeg herhaalt, wordt het vanzelf waar, ja. Waarom zou je een taal bewaren die toch verdwijnt? Dat is een self-fulfilling prophecy. Misschien hebben we de teloorgang wel te danken aan de niet-aflatende negatieve berichtgeving.

Fake News! Plat komt op, Plat krijgt mensen in beweging, Plat is een wereldtaal, met zes miljoen sprekers in Nederland, Duitsland, Denemarken en Brazilië, en is voor 60 – 80% verstaanbaar voor Zweden, blijkt uit mijn eigen tests met Zweden. Economische potentie. De lijm van Noordwest-Europa.

De taal is pas verdwenen als de laatste spreker zijn laatste adem uitblaast. Met zes miljoen sprekers duurt dat nog wel even. Tot die tijd heeft die taal volledig bestaansrecht en is het waard om je hard voor te maken. Net als iedere andere taal.

Kijken ze er in Nederland anders tegenaan dan in de rest van Europa? 

In Europa zien ze dat al heel lang, alleen is Nederland bang voor de portemonnee. Ze hebben zich er met de Friezen al eens flink in verslikt. Dus dat durven ze de Nedersaks nog niet te gunnen. Al heeft de EU praatjesmaker Plasterk al eens op het matje geroepen omdat er helemaal niks van terecht kwam.

Als je het nu niet kunt, Nedersaksisch spreken, wat moet je dan? 

Dan moet je het leren. Of nou ja, dan kun je het leren. Inmiddels worden er volop lespakketten gemaakt, is me gevraagd of ik een cursus Twents voor internationale UT-studenten wil verzorgen en ontdekken steeds meer jongeren dat die onzin van hun ouders (dat Nedersaksisch toch zo slecht zou zijn) heel wat kapot heeft gemaakt en dat ze nog steeds met de nek worden aangekeken omdat ze nog altijd een dik accent hebben. Dan komt het besef: dat ligt niet aan mijn accent, maar aan de acceptatie van Nederland daarvan. Dus moet Nederland maar eens wennen aan die meertaligheid. Het was hier toch zo multicultureel?

Hoe komt het dat in Rijssen en omgeving het Nedersaksisch beter bewaard is en dat juist daar ook jongelui, zeg maar zulke snotapen als Ter Denge en Marieke Dannenberg, zich daar zo hard voor maken? 

Dat is een mooie vraag. Daar weet ik het antwoord niet zo goed op, maar ik zal een poging wagen. Rijssen heeft zich lange tijd een beetje eenzaam gevoeld. We horen nergens bij. Het overwegend Roomse Oost-Twente weet niet wat ze met ons aan moeten, de rest van Nederland heeft nog nooit van ons gehoord. En dan praten we ook nog eens een vreemd, zangerig, ouderwets soort Twents. Iets dat wij totaal los kunnen zien van het Nederlands.

Is er veel verschil in soorten Nedersaksisch, mooi en lelijk? 

Het Rijssens heeft een heel eigen ritme. Rijssens Nederlands is ook heel anders dan Twents Nederlands. Ik kan me herinneren dat we op onze gereformeerde school altijd lachten om de Vjennekloeten [Vriezenveners – red.], want die hadden dan toch een dik accent in hun Nederlands! Rijssens is hier nog altijd een taal van handel en elkaar iets gunnen. Een taal met prachtige woorden die je met zorg en aandacht moet uitspreken. Dat verdient het. Het staat in onze beleving ver af van het lompe en onbenullige waar bijvoorbeeld de Gladjakkers, RTV Oost/Persbureau Kneuters, Helligen Hendrik en Tubantia zo graag mee te koop lopen. Het Nedersaksisch heeft zo’n dertig synoniemen voor het woord ‘geweldig’. Waarom moet Eeftink dan altijd onbenullig ‘donders’ zeggen? Een taal is van zichzelf niet lomp (of mooi). Dat hangt van de spreker af.