Moeder van een topsporter

Marleen Veldhuis zette in 2012 in Londen een punt achter haar imposante zwemloopbaan. Ze woont al enkele jaren in Sydney en is inmiddels moeder van een gezin met een dochtertje van acht en drie jongere broertjes. Wielrenster Kirsten Wild is op 36-jarige leeftijd in de vorm van haar leven en wil in elk geval nog doorgaan tot en met de Olympische Spelen in Japan van 2020. Voetballer Wout Brama verliet afgelopen Australië om te trachten als aanvoerder met zijn oude liefde FC Twente terug te keren naar de eredivisie.
Zilver ontmoet de moeders van Wout Brama, Marleen Veldhuis en Kirsten Wild over hun rol en ervaringen als moeder van een topsporter.

Tekst Willem Pfeiffer
Fotografie
Willem Pfeiffer, sportfoto.nl, archief FC Twente Media en archief Twentesport Magazine

Wanneer merkten jullie dat er in jullie kind een topsporter school?
Ellie Brama: ‘Wout heeft altijd een goed balgevoel gehad. Hij kon al heel vroeg een bal op de goede manier laten stuiteren en wegschieten. Maar eigenlijk blonk hij vroeger in alle sporten wel uit. Ook het zwemdiploma had hij heel snel binnen, maar spelen met de bal vond hij altijd het mooiste van alles. Je weet natuurlijk nooit of ze het gaan redden. Dat wordt ook van meet af aan gezegd: houd er rekening mee dat het niet lukt. Maar Wout is een echte doorzetter, die kan zich heel veel ontzeggen. In de topsport moet je volwassen zijn en dat is hij.’

Carla Wild: ‘Kirsten is altijd bezeten geweest van sport. Toen ze nog maar vijf maanden was, had ze al veel sterkere spieren dan bij baby´s op die leeftijd gebruikelijk is. Kirsten heeft eerst gezwommen. Ze is daarna gaan schaatsen en daarbij ging ze tijdens trainingen vaak wielrennen. Dat vond ze nog veel leuker. Eerst vonden we het helemaal niet goed dat ze wielrenster wilde worden, maar ze wilde het zo graag dat we haar uiteindelijk toestemming hebben gegeven. En vanaf dat moment is het heel snel gegaan. Kirsten doet aan een individuele sport, maar maakt bij de weg- en baanselectie ook altijd deel uit van een team. En bij haar club De Zwaluwen ging ze altijd met de jongens mee. Vaak fietste ze dan voor de jongens uit…’

Noor Adriaenssens, moeder van Marleen Veldhuis (rechts): ‘Marleen ging op haar zesde zwemmen en op haar negende of tiende waterpoloën bij Z&PC Heidelberg in Borne. Ze trainde later bij Hennie Alink in Goor en die zei op een gegeven moment dat ze wel eens de limiet voor het EK zwemmen zou kunnen halen. Ze plaatste zich inderdaad voor het EK. Tussen Marleen en onze jongste zit elf jaar, maar we zijn met het hele gezin mee geweest. We dachten toen nog dat het misschien maar voor één keer zou zijn dat ze zoiets meemaakte…’

In hoeverre hebben jullie je net als je kinderen topsporter gevoeld?
Carla Wild: ‘Niet echt. Dat komt ook omdat Kirsten vrij laat is begonnen. Ze zat tijdens haar studie op kamers in Groningen en ging daar fietsen bij Tandje Hoger, dat liep zo’n beetje vanzelf.’

Noor Adriaenssens: ‘Ook bij ons bleef alles wel ongeveer hetzelfde. Marleen was al twintig toen ze internationaal ging zwemmen en woonde toen al in Amsterdam. Toen ze verder kwam in de sport trainde ze uiteraard wel veel vaker dan de aanvankelijke twee keer per week. Mijn man Paul heeft voor wedstrijden het hele land doorgereden, ook voor de andere kinderen.’

Ellie Brama: ‘Wout was tien of elf jaar toen hij van Issy ten Donkelaar hoorde dat hij een jaar later naar FC Twente zou kunnen. Ze wilden daarom dat hij behalve twee keer bij zijn club PH ook een keer per week bij Twente kwam trainen. Daar heeft hij echter niet aan meegedaan, omdat het toen al zeker was dat hij toch naar FC Twente zou gaan. Eenmaal bij FC Twente kwam het busje van de club voor de deur om hem naar het Stedelijk Lyceum in Enschede en de trainingen te brengen. Hij werd meestal al om zes uur ’s morgens als eerste van huis gehaald en kwam dan om zeven uur ‘s avonds pas weer thuis. We hebben daarom wel de afspraak gemaakt dat hij één keer in de week als laatste werd gehaald en als eerste weer werd thuis gebracht. Dat scheelde wel anderhalf uur.’

Kregen Kirsten, Marleen en Wout thuis een andere behandeling dan hun broers en zussen?
Noor Adriaenssens: ‘Omdat we zes kinderen hebben, was dat sowieso al niet mogelijk. Waar je niet aan ontkomt, is dat mensen regelmatig vragen hoe het met je dochter is. Dan bedoelen ze natuurlijk Marleen, terwijl je er vijf hebt en ook nog een zoon. Ach, zolang je zelf maar met beide benen op de grond blijft staan… Al onze andere kinderen sporten ook, dus ze weten wat Marleen ervoor moest doen en hadden daar respect voor.’

Carla Wild: ‘Dat herken ik wel. Maar zelf hebben we nooit onderscheid gemaakt. We zijn als ouders net zo trots op die anderen hoor. Die gun je hun succes ook. ‘

Ellie Brama: ‘Bij ons is dat altijd heel harmonieus verlopen en ik kan je niet vertellen hoe blij ik daar mee ben. Toch, als het met Wout heel goed en met een van de anderen juist even wat minder gaat, is het best lastig hoor. Maar gelukkig hebben we ook nooit moeilijke kinderen gehad. Wat wel grappig is dat mijn vader altijd met al zijn achttien kleinkinderen even gek was, maar in zijn eierhandel allemaal krantenknipsels van Wout had hangen. Ook hij was heel gek van voetbal.’

Welke prestaties van jullie topsportende kinderen herinneren jullie je het meest?
Carla Wild: ‘Voor ons waren de drie wereldtitels in eigen land, die Kirsten vorig jaar in Apeldoorn op de baan veroverde, het mooist. Het hele stadion ging uit het dak. En we hebben ook enorm genoten van een van de eerste keren dat ze wereldkampioen werd in Parijs. Mijn man gaf haar toen de Nederlandse vlag, voor de ereronde. Waarop ze zei dat niet wist hoe ze daar mee moest fietsen.’

Ellie Brama (rechts): ‘Voor ons was natuurlijk het landskampioenschap van 2010 van FC Twente een geweldig hoogtepunt, net als de overwinning in de finale van het toernooi om de KNVB-beker het jaar erna. En we hebben enorm genoten van de trips naar Milaan  en Londen voor de Champions League.’Noor Adriaenssens: ‘Wat mij het meest bij blijft is de eerste individuele Olympische medaille van Marleen in Londen. Die wilde ze per se een keer halen. Het lukte haar in haar laatste individuele Olympische race. Dat was ook een prachtig bewijs van haar doorzettingsvermogen. Als topsporter moet je door kunnen gaan.’

Carla Wild: ‘Dat is helemaal waar. Kirsten heeft dat ook. Ook in de vakantie en op Tweede Kerstdag en Tweede Paasdag gaat ze gewoon trainen, dat gaat altijd door.’

Ellie Brama: ‘Topsporter ben je 24 uur per dag, je kunt nooit losgaan.’

Gingen jullie ook zelf vaak met ze de wereld over?
Noor Adriaenssens: ‘Meestal wel. We zijn bij heel veel toernooien geweest. Zoals naar de Olympische Spelen in China. Dat land vonden we heel mooi. Met Marleen zijn we ook naar Londen en Athene geweest. Naar Athene gingen we met veertien man in twee busjes. Hartstikke leuk, we hebben ontzettend gelachen. We kampeerden steeds onderweg en gingen door Macedonië terug naar huis. De Olympische Spelen zijn trouwens sowieso mooi om mee te maken.’

Carla Wild (links): ‘Je komt natuurlijk op veel plekken waar je anders nooit zou zijn gekomen, zoals wij in Japan. We zijn ook mee geweest naar de Spelen in Londen, maar niet naar Brazilië.
Ik kan me ook herinneren dat bij het WK op de weg in Denemarken heel vaak de naam van Kirsten met krijt op straat stond geschreven. En al die Nederlandse supporters in Oranje shirts vergeet je ook nooit meer.’

Ellie Brama: ‘Wij kampeerden ook vaak, maar dan gewoon op vakantie en niet omdat er voetbalevenementen waren. En die herinneringen van heel ver weg hebben wij alleen van de korte tijd dat Wout in Australië zat.’

Noor Adriaenssens: ‘We waren eens bij een kampioenschap in een buitenbad in Boedapest toen het verschrikkelijk begon te onweren. Daar werd je echt bang van. Het was daar een enorme chaos. De wedstrijd werd gestaakt en later weer opgestart. Toen we op de camping terug kwamen bleek dat we de tent open hadden staan. Die stond compleet onder water…’

Hoe ging of ga je er mee om dat je kinderen voor hun sport vaak erg ver weg waren of zijn?
Carla Wild: ‘Bij ons thuis in Almelo hangen twee klokken, één die gewoon de tijd bij ons aangeeft, de ander hoe laat het is in de plaats waar Kirsten op dat moment is.’

Ellie Brama: ‘Grappig, die twee klokken hadden wij ook toen Wout en zijn vriendin Paulien in Australië woonden. Maar ze zijn daar achteraf zo kort geweest, dat we eigenlijk niet echt tijd hebben gehad om eraan te wennen.’

Noor Adriaenssens: ‘Sydney is wel erg ver weg, maar we spreken Marleen en haar gezin gelukkig vaak door te skypen. En ze is pas nog weer bij ons in Borne geweest.’

Carla Wild: ‘Ik vind het nog steeds best moeilijk als Kirsten ver weg is. Als we dan met elkaar bellen, zeg ik vaak dat ik haar snel weer even moet knuffelen. Dat komt ook omdat ik altijd weer mijn hart vasthoudt als ze een wedstrijd fietst. Bij het wielrennen gaat het zo hard… Als ze maar weer heel over de finish komt, dan maakt het me eerlijk gezegd niet eens zoveel uit hoeveelste ze dan wordt. Ik ben altijd blij als ze vooraan fietst, dan kan er het minst met haar gebeuren.’

Bij de grote foto’s van boven naar beneden
Vanaf links: Carla Wild, Ellie Brama en Noor Adriaenssens.

Wout Brama in actie tegen Roda JC.

Kirsten Wild rijdt een van haar ererondes als wereldkampioene op de baan.

Marleen Veldhuis.